Theatermaker, acteur en schrijver.

 

Van kleins af aan droomde Rory de Groot net als miljoenen andere jongens en meisjes op deze wereld van een carrière als profvoetballer. Van zijn elfde tot zijn twintigste doorliep hij alle hoogste jeugdelftallen van Feyenoord en maakthe hij op 4 juni 2003 in een uitverkocht stadion in Uruwa, Japan, op één-en-twintigjarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal van de Rotterdamse topclub.

Na een tweede invalbeurt tijdens een oefenwedstrijd in Zuid-Korea vertrok hij naar SVB Excelsior Rotterdam, waar hij op huurbasis in de eerste divisie zijn officiële debuut in het Nederlands betaald voetbal zou maken: Haarlem-uit, 89ste minuut stand 1-4. Verder dan dit zou hij niet komen. Na anderhalf seizoen op de bank en de tribune te hebben doorgebracht, besloot hij in de winter van 2004 een punt achter zijn voetbalcarrière te zetten en deed hij een paar maanden later auditie voor de Toneel-en Kleinkunst Academie in Amsterdam. Tot zijn verbazing werd hij in zijn eerste poging direct aangenomen en begon hij in de zomer van 2005 aan een nieuw leven. Een totaal ander leven.

Tijdens zijn opleiding aan de Toneelacademie stond hij van 2005-2009 in de avonden als stand-up comedian van het comedy collectief “Comedy Explosion” op het podium en leerde hij met veel vallen en opstaan in sneltreinvaart de kneepjes van het vak.

In 2009 studeerde hij, onder artistieke begeleiding van Adelheid Roosen en Titus Muizelaar, als theatermaker af en vertrok hij voor één seizoen als “artist in residence” naar Station Noord in Groningen.

Daar was hij al performer/acteur te zien in verschillende voorstellingen van het Groningse stadsgezelschap NNT (Achterlanden, Elf Minuten, Alice in Wonderland) en produceerde hij bij productiehuis Grand Theatre zijn eerste voorstellingen. (Sissy Fuzz & Shtick)

Na Groningen keerde hij terug naar zijn geboortestad Rotterdam, waar hij in 2010-2011 bij Productiehuis Rotterdam samen met beeldend kunstenares Aukje Dekker in de regie van Willem de Wolf de voorstelling Zinloos Zonder Gêne maakte.

In het seizoen 2011-2012 hernam hij samen met muzikant Robert van der Tol zijn muziektheater-voorstelling Shtick, deed hij samen met Aukje Dekker onderzoek bij het Utrechtse productiehuis Huis a/d Werf en sloot hij zich halverwege het seizoen bij het Amsterdamse theatercollectief de Theaterstraat aan.

In samenwerking met Productiehuis Rotterdam maakte hij vervolgens in het seizoen 2012-2013 de voorstelling ‘Hand in Hand: het verhaal van een Belofte’. Een autobiografische solo over zijn vorige leven als (prof)voetballer, waarmee hij met veel succes ruim twee seizoenen langs de Nederlandse schouwburgen en theaters toerde.

In 2015-2016 produceerde hij zijn laatste voorstelling: 'Zwarte Voeten'. Een theatraal vervolg op zijn eerste solo 'Hand in Hand', waarin hij zijn dromen, twijfels én mislukkingen spiegelde aan het leven en werk van zijn grote literaire held Albert Camus.

In datzelfde seizoen werkte hij i.s.m sprekersbureau Sportspeakers en Xsaga ook mee aan het succesvolle theaterconcept 'Sportmonologen', waarin oud-topsporters en Olympische kampioenen in de vorm van een korte monoloog openhartig de andere kant van hun medailles met het publiek deelden. Deze voorstellingen toerde hij twee achtereenvolgende zomers op o.a. de Parade in Rotterdam en Amsterdam en twee avonden in de Kleine Komedie. Sindsdien is hij als spreker verbonden aan sprekersbureau Sportspeakers.

In 2015 publiceerde hij als auteur ook zijn eerste verhalen in het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras. In augustus 2016 publiceerde hij een lovend ontvangen special voor het gerenommeerde blad ('L'équipe du FLN') en begon hij aan zijn eerste boek 'Kaf: herinneringen van een belofte'. Sinds 2016 publiceerde hij naast Hard Gras ook voor het Feyenoord Magazine en Santos en hoopt hij eind 2021 zijn debuut eindelijk af te ronden.